Moet kunnen: het betere jatwerk in de mode-industrie

auteursrecht mode ontwerpen

“Creativity comes from a conflict of ideas” aldus Donatella Versace over inspiratie. Maar wat als ideeën gebaseerd worden op kledingstukken van anderen en het conflict wel heel klein wordt? Wanneer verandert inspiratie in knip en plakwerk (of in dit geval eigenlijk naaiwerk) en waar ligt de grens tussen inspiratie en ordinair jatwerk? En is zo’n grens in de mode-industrie überhaupt nodig?

auteursrecht mode ontwerpen

(Pijnlijke) voorbeelden van modeontwerpers die zich net een tikkeltje te letterlijk lieten inspireren zijn er alom. Zo herinnert iedereen zich vast nog de ‘beginnersfout’ van Nikki Plessen. De ontwerpster liet zich net iets te letterlijk inspireren door de teksten en plaatjes van ontwerper Zoe Karssen. Daarnaast is er de famous bra-war tussen Sapph en Marlies Dekkers. Sapph trok hierbij aan het kortste cup bandje; de rechter bepaalde in eerste aanleg dat Sapph inbreuk maakte op de auteursrechten van Marlies Dekkers door beha’s te produceren met het famous bandje boven de cup.

Wanneer wordt een kleding stuk eigenlijk auteursrechtelijk beschermd? Een longsleeve moet nou eenmaal lange mouwen hebben en een blouse heeft altijd een kraag en knopen. Dit zijn de niet originele- en functionele onderdelen van een kledingstuk. Deze onderdelen zijn uitgesloten van auteursrechtelijke bescherming. Ook een stijl, trend of idee zijn te algemeen om auteursrechtelijk te worden beschermd.

Wat wordt er dan eigenlijk nog wel beschermd? Nou, de ontwerper moet in zijn kledingstuk creatieve keuzes hebben gemaakt en het ontwerp moet afwijken van andere ontwerpen die al op de markt zijn. Is dit het geval dan wordt het ontwerp beschermd en kan de ontwerper anderen verbieden een kledingstuk op de markt te brengen die in zijn geheel eenzelfde indruk wekt.

Klink misschien een beetje vaag en dat is het eigenlijk ook; want wanneer wekt een kledingstuk nou dezelfde indruk? Dit moet per geval door de rechter worden beoordeelt. Het gaat erom dat de totaal indruk van de kledingstukken verschilt. Hoeveel verschillen hiervoor nodig zijn is niet echt te zeggen. Soms kan één duidelijk verschil genoeg zijn, maar in een ander geval kunnen een aantal subtiele verschillen onvoldoende zijn. Een uitkomst in dit soort geschillen is van te voren dus nooit te voorspellen.

Daarnaast heb je als modeontwerper ook nog bescherming op je merk. In hoeverre dit wordt beschermd is ook altijd een lastige. Zo heeft Adidas jaren moeten strijden voor merkenrechtelijke bescherming van haar drie strepen. Moeilijkheid hierbij was of wij, het publiek, de drie strepen als merk of als versiering zouden zien. Een ander bekend voorbeeld is de rode zool van Louboutin. Ook hier was de vraag of de rode zool een merk is of een puur esthetische functie heeft. Het lukte het modemerk de rechter te overtuigen dat hun rode zool merkenbescherming verdiende en sindsdien heeft ze het alleenrecht op rode zolen.

En hier wringt de (roodzolige) schoen volgens critici. Zij zijn het met dit soort beschermingen niet eens. Zij vinden dat patronen en kleuren in de mode-industrie vrij moeten zijn ter bevordering van innovatie en voor het behoud van concurrentie. Hier sluit Johanna Blakely zich bij aan. Zij betoogt in onderstaand TEDx filmpje dat auteursrecht helemaal niet nodig is in de modewereld. Ondanks het verschil dat in Amerika mode ontwerpen (net zoals recepten en geurmerken) niet auteursrechtelijk beschermd worden en hier wel, is haar visie op auteursrecht in de modewereld interessant. Geen auteursrecht levert volgens haar een innovatief klimaat op.

Wat vind jij, is het auteursrecht in de modewereld overbodig?

Lees ook: Orginaliteit? Welnee alles is een remix!

Leuk artikel? Deel het.